Wat doet Evalien?

Ik werk bij het CJG Beijum, en daarnaast geef ik lezingen, workshops en gastcolleges over allerlei onderwerpen. Ik ben in 1986 begonnen met werken bij een peuterspeelzaal. Voor veel ouders was het een grote stap om hun kinderen veelal voor het eerst aan een vreemde toe te vertrouwen. Bij ons was er veel tijd een aandacht voor de ouders, er werd een keer per maand een lange koffieochtend georganiseerd in het naastgelegen buurthuis, en er ontstonden koffiegesprekken waarbij ouders elkaar advies gaven.

In 1999 werd ik bestuurslid van het buurthuis en een jaar later coördinator, dit naast mijn speelzaal werk.
In 2003 raakte ik betrokken bij het project Opvoeden en opgroeien in de wijk. Daaruit ontstond het Ouder en Kind Centrum, het latere Centrum voor Jeugd en Gezin. Daar werk ik sinds 2005.

Wat mijn werk zo leuk maakt is de afwisseling. Soms begint de ochtend met een gesprek over een mislukte tattoo of een hectische ontwikkeling binnen een multi-problem gezin, en soms zijn er beleidsambtenaren uit bijvoorbeeld Assen op bezoek. Ze wilden eens kijken naar de Beijumse aanpak in de praktijk. Hartstikke leuk, beleid en werkvloer zouden echt veel meer samen moeten optrekken.

Ik leer veel van contact met vakgenoten uit de regio. Een onderwerp bijvoorbeeld waar we het regelmatig over hebben, is de pedagogische civil society: gemeenschappelijke activiteiten van burgers rondom het grootbrengen van kinderen. We kunnen zo veel van elkaar leren. Zeker als je met gelijkgestemden in contact bent, collega’s die die nieuwsgierigheid ook hebben. Ook als zij anders tegen dingen aankijken, je pikt er altijd wel wat uit.

In 2012 werd ik gekozen als sociaal werker van het jaar. Een hele eer, van alle sociaal werkers in Nederland vinden ze mij de beste! Maar ook wel spannend, ineens heb je een titel. Er zijn zoveel sociaal werkers die hun werk goed doen. Het is natuurlijk heel eervol, maar ik moest wel leren om ervan te genieten. Nu hoop ik zoveel mogelijk mensen te inspireren, een boodschap mee te geven dat je soms eigenwijs mag zijn en tegen de stroom in moet zwemmen. En ik blijf dromen van een samenleving die als geheel meer rekening houdt met de mensen die het zonder steuntje niet redden.